Dat de hoeveelheid slaap die we dagelijks krijgen invloed heeft op ons dagelijks functioneren is bekend. Verder is het zo dat er een verband is tussen de juiste hoeveelheid nachtrust en het geluksgevoel van iemand.
Waarom slapen?
Slapen zorgt voor het herstel van het lichaam. Maar het is niet helemaal duidelijk wat er hersteld wordt. De hoeveelheid gebruikte energie tussen wakker zijn en slapen ligt opvallend genoeg ongeveer gelijk, dus slapen is niet een manier om energie te sparen.
Hoe lang slapen?
Hoeveel slaap iemand nodig heeft verschilt per persoon. Het gemiddelde ligt op ongeveer 8 uur voor een volwassene. Bij senioren ligt dit overigens iets lager, ongeveer 6 uur, al schijnt het gezonder te zijn als die ook de volle 8 uur zouden slapen.
Te kort slapen
Te weinig slaap leidt tot slechte concentratie, tast het immuunsysteem aan en zorgt voor een minder goed functionerende stofwisseling. Langdurig ontbreken van slaap (of slechts
REMslaap) kan leiden tot ziektes of zelfs de dood.
Slaap kan overigens worden ingehaald in een opvolgende slaapperiode.
Emoties
In een krantenartikel in de
NRC.next van 31 oktober (alweer anderhalve maand geleden), stond het artikel
'Waarom slaaptekort de emoties ontregelt' door Sophie Broersen. Omdat dit artikel online is te lezen via de bovenstaande link, zal ik hier niet al die informatie herhalen. Waar het op neer komt, is dat slaaptekort ervoor zorgt dat de hersenen niet meer in staat zijn om hevige emotionele reacties te remmen. Je wordt daardoor emotioneel labiel.
Te lang slapen
Langer slapen heeft vaak het effect dat iemand nog steeds of zelfs extra moe is. Dit komt omdat er in de slaap een aantal REMslaap periodes zitten, waarbij elke opvolgende REM periode langer duurt. Deze periodes kosten energie. Door langer te slapen zullen er meer REM periodes zijn en werkt dit uitputtend.
Men is het er trouwens nog niet over eens waarvoor deze REM periodes dienen.
Slaaptips
De volgende dingen helpen om in slaap te komen:
- stilte
- een donkere slaapomgeving
- vast tijden voor het slapen gaan en opstaan
- geen flink fysiek actieve bezigheid vlak voor het slapen gaan
- niet hevig nadenken (o.a. piekeren) voor het slapen gaan
- geen oppeppers zoals koffie of nicotine na het avondeten
- geen alcohol te kort voor het slapen gaan (het zorgt er weleens waar voor dat je slaperig wordt, maar zorgt wel voor een onrustigere gefragmenteerde slaap, waardoor je minder tijd daadwerkelijk slaapt)
Bron: 'Psychology', zesde editie, door Gleitman, Fridlund en Reisberg.