Hoe maak je een keuze voor een studie, beroep of volgende carrièrestap, als je nog niet echt weet wat je wilt? Meestal wordt hiervoor gekeken naar je interesses en zo bepaald wat voor iemand je bent. Als je dat weet, is het makkelijker dergelijke keuzes te maken.
De Amerikaanse psycholoog John Holland heeft hiertoe een onderverdeling bedacht, welke veel gebruikt wordt door o.a. beroepskeuzeadviseurs en loopbaancoaches. Deze wordt RIASOC genoemd, in het Engels RIASEC of Holland codes, waarbij elke letter van het woord een persoonlijkheidstype aangeeft. Deze types zijn, met tussen haakjes termen ter verduidelijking ervan:
- Realistisch (doen-er)
- Intellectueel / Investigatief (denker/onderzoeker)
- Artistiek (creatief maker)
- Sociaal (helper/samenwerker)
- Ondernemend (overhaler/beïnvloeder)
- Conventioneel (ordener/administrator)
Hieronder worden deze types beschreven, overgenomen uit
materiaal Bachelor Differentiële Psycholgie, universiteit Gent, Hogerheijde, Van Amstel, De Fruyt en Mervielde:
"Het
Realistische menstype houdt van activiteiten waarin het heel direct en manipulatief kan omgaan met dingen: gereedschap, machines, materialen, planten of dieren. Het Realistisch menstype heeft een goed technisch inzicht, is handvaardig en gebruikt graag zijn lichaamskracht. Doorgaans houdt hij niet van sociale bezigheden en mist hij ook de vaardigheden daarvoor."
"In de
Realistische werkomgeving wordt gewerkt met machines, gereedschap, dingen, planten en dieren. De omgeving stimuleert en beloont mechanisch-technische en motorische vaardigheden. De Realistische omgeving biedt ruimte aan praktische, productieve en materialistische waarden, en aan robust, avontuurlijk en soms zelfs risicovol gedrag. Tevens worden aangepast gedrag en het degelijk uitvoeren van taken op prijs gesteld."
"Het
Intellectuele menstype is er op uit de hem omringende, natuurkundige, biologische en culturele verschijnselen via observatie en onderzoek te doorgronden en te beheersen. Hij bezit wetenschappelijke en mathematische vaardigheden. Over het algemeen heeft hij een afkeer van activiteiten die een overredend, sociaal of routinematig optreden vereisen."
"In de
Intellectuele werkomgeving gaat het om onderzoekende werkzaamheden teneinde problemen op te lossen of kennis te vergaren. De omgeving stimuleert en beloont analytische, wetenschappelijke, technische en verbale vaardigheden. De intellectuele omgeving biedt ruimte aan theoretische, creatieve en ideële waarden, en aan volhardend, kritisch en soms zelfs sceptisch gedrag. Goed gedocumenteerde bijdragen aan kennis of aan de oplossing van praktische problemen worden op prijs gesteld."
"Het
Artistieke menstype heeft een voorkeur voor vrije, ongestructureerde activiteiten, waarin hij zich op kunstzinnige wijze kan uiten. Hij bezit artistieke vaardigheden: toneelspelen, schrijven, tekenen, schilderen, beeldhouwen, musiceren of dansen. Hij houdt niet van geordende, systematische werkzaamheden en bezit weinig administratieve vaardigheden."
"In de
Artistieke werkomgeving worden creatieve bezigheden op het gebied van literatuur, muziek en/of beeldende kunst verricht. Uiteraard wordt vaardigheid op éé of meer van deze terreinen verlangd. Waarden, die door de artistieke omgeving worden gestimuleerd en beloond, zijn onder meer esthetiek, verbeelding en oorspronkelijkheid. Er is ruimte voor origineel, onconventioneel en soms zelfs rebellerend gedrag. Doel is het leveren van artistieke producten (kunstwerken) of producties (opvoeringen)."
"Het
Sociale menstype houdt van werkzaamheden waarin hij met andere mensen kan omgaan, teneinde deze te informeren, onderwijzen, ontwikkelen, genezen, verzorgen of amuseren. Hij bezit contactuele vaardigheden zoals: tact, geduld, aandacht. Doorgaans houdt hij niet van technische bezigheden en mist hij ook vaardigheden daarin."
"In de
Sociale omgeving wordt met mensen gewerkt, in een helpende of dienstverlenende zin. De omgeving verlangt interpersoonlijke, communicatieve en contactuele vaardigheden. De sociale omgeving biedt ruimte aan humanitaire waarden en aan begripvol, geduldig en tactvol gedrag. Waar het om gaat is het verzorgen, genezen en troosten, of het onderwijzen, voorlichten en vermaken van anderen."
"Het
Ondernemende menstype streeft organisatorische, politieke of economische doelen na. Hij geeft goed leiding en weet anderen van iets te overtuigen, Daarentegen houdt hij niet van wetenschappelijke activiteiten en bezit hij ook weinig vaardigheden in die richting."
"In de
Ondernemende werkomgeving wordt ook met mensen gewerkt, maar nu in commerciële, politieke, of leidinggevende zin. De omgeving verlangt ook nu interpersoonlijke vaardigheden, maar deze dienen van overtuigende en gezaghebbende aard te zijn. De ondernemende omgeving biedt ruimte aan commerciële en politieke waarden, en aan doelstellingen zoals succes, macht, populariteit en bekendheid. In de ondernemende werkomgeving gaat het erom iets van anderen gedaan te krijgen of iets aan anderen te verkopen, producten of ideeën."
"Het
Conventionele menstype heeft een voorkeur voor duidelijke, geordende werkzaamheden, die een precieze en systematische aanpak vergen. Hij bezit administratieve vaardigheden. Hij heeft een afkeer van onduidelijke en ongestructureerde activiteiten en mist artistieke aanleg."
"In de
Conventionele werkomgeving draait het om handhaven en toepassen van regels en voorschriften. De omgeving stimuleert en beloont administratieve vaardigheden en vereist het vermogen om volgens strikte normen en standaarden te werken. De conventionele omgeving biedt ruimte aan waarden zoals zekerheid, duidelijkheid en stabiliteit, en aan conformistisch, betrouwbaar en ordelijk gedrag. In de conventionele omgeving vinden we beroepen op administratief gebied en op het terrein van de ordehandhaving en wetstoepassing."
Het kan ook zijn dat iemand onder twee of wellicht drie types in valt. Daarnaast zijn sommige types meer verwant aan elkaar dan andere. Om die reden worden de types vaak afgebeeld in een hexagon, zie onderstaande afbeelding, waarbij aan elkaar grenzende types vaker bij elkaar horen.
Een manier om erachter te komen onder welk type je valt, wanneer dat na lezen niet lukt, is om je voor te stellen dat je op een feest bent. Op het feest worden mensen ingedeeld volgens RIASOC type. Hierdoor ontstaan er zes groepjes. Bij welke groep zou jij gaan staan om te praten? En wanneer dat groepje er niet zou zijn? En wanneer de twee voorheen gekozen groepjes er niet zouden zijn? Nu heb je drie types, waarbij je waarschijnlijk het meest past bij de eerste, vervolgens bij de tweede en vervolgens bij de derde.
Daarnaast zijn er ook tests, waaronder de Vocational Preference Inventory (VPI) test, die bijvoorbeeld een psycholoog kan afnemen om jouw type te vinden.